Betalen

1. geld (of andere zaken) geven aan iemand om de kosten voldoen;

2. afschuiven, bekostigen, bezoldigen, contenteren, honoreren, neertellen, opdokken, salariëren, salderen, uitbetalen, uitkeren, afrekenen met, belonen, bestrijden, dokken, in orde brengen, opbrengen, storten, vereffenen, vergelden, voldoen.

[fb_count]

Betalen

1. geld (of andere zaken) geven aan iemand om de kosten voldoen;

2. afschuiven, bekostigen, bezoldigen, contenteren, honoreren, neertellen, opdokken, salariëren, salderen, uitbetalen, uitkeren, afrekenen met, belonen, bestrijden, dokken, in orde brengen, opbrengen, storten, vereffenen, vergelden, voldoen.

[fb_count]
DIRECT CONTACT